Wmo 2007: wat hield de Wet maatschappelijke ondersteuning in?
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) trad op 1 januari 2007 in werking. De wet moest mensen helpen om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen en mee te doen in de samenleving. Gemeenten kregen hierin een belangrijke rol: zij moesten ondersteuning organiseren die aansloot bij de behoeften van inwoners.
De Wmo 2007 is inmiddels vervangen door de Wmo 2015. Toch is de wet belangrijk om de ontwikkeling van maatschappelijke ondersteuning in Nederland te begrijpen. Hieronder lees je wat de oorspronkelijke wet inhield en hoe die zich verhoudt tot de huidige regels.
Waarom werd de Wmo ingevoerd?
Voor 2007 waren verschillende vormen van ondersteuning verdeeld over uiteenlopende wetten en regelingen. De Wmo bracht een aantal taken samen en legde de verantwoordelijkheid voor veel ondersteuning bij gemeenten. Het uitgangspunt was dat mensen zo veel mogelijk zelfstandig konden blijven en actief konden deelnemen aan hun buurt en de samenleving.
De gemeente moest daarbij rekening houden met wat iemand zelf kon, welke hulp het sociale netwerk kon bieden en welke ondersteuning aanvullend nodig was. De Wmo ging dus niet alleen over zorg, maar ook over welzijn, preventie en maatschappelijke deelname.
De negen prestatievelden van de Wmo 2007
In de oorspronkelijke wet stonden negen prestatievelden. Die beschreven de brede taken van gemeenten:
- Het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid in dorpen, wijken en buurten.
- Preventieve ondersteuning bieden aan jongeren en ouders die vragen of problemen hebben bij het opvoeden.
- Informatie, advies en cliëntondersteuning aanbieden.
- Vrijwilligers en mantelzorgers ondersteunen.
- De deelname aan de samenleving bevorderen van mensen met beperkingen of chronische psychische problemen.
- Individuele voorzieningen bieden aan mensen die door beperkingen of problemen niet zelfstandig kunnen functioneren.
- Opvang bieden, waaronder maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.
- Openbare geestelijke gezondheidszorg bevorderen.
- Verslavingsbeleid bevorderen, waaronder maatschappelijke opvang voor mensen met verslavingsproblemen.
Welke ondersteuning kon onder de Wmo vallen?
De precieze ondersteuning verschilde per gemeente. Onder de Wmo 2007 kon het bijvoorbeeld gaan om hulp bij het huishouden, een rolstoel, vervoersvoorzieningen of aanpassingen aan de woning. Ook ondersteuning van mantelzorgers, informatie en advies en maatschappelijke opvang vielen binnen de brede gemeentelijke verantwoordelijkheid.
Niet iedereen had automatisch recht op dezelfde voorziening. De gemeente beoordeelde de persoonlijke situatie en keek welke ondersteuning passend was. Daarbij kon ook worden gekeken naar de mogelijkheden van de inwoner zelf en diens omgeving.
Wat veranderde met de Wmo 2015?
Op 1 januari 2015 verving de Wmo 2015 de Wmo 2007. Gemeenten kregen toen opnieuw taken en verantwoordelijkheden, onder meer rond ondersteuning thuis en begeleiding. De oude wet is daardoor geen actuele basis meer voor nieuwe aanvragen. Wie nu ondersteuning nodig heeft op grond van de Wmo, krijgt te maken met de Wmo 2015 en de regels van de eigen gemeente.
De centrale gedachte is nog steeds dat mensen zo zelfstandig mogelijk kunnen leven en kunnen deelnemen aan de samenleving. De invulling en voorwaarden kunnen wel verschillen per gemeente. Voor actuele informatie is het daarom verstandig contact op te nemen met het Wmo-loket of sociaal wijkteam van de gemeente.
Ondersteuning aanvragen: hoe werkt dat tegenwoordig?
Wie hulp nodig heeft, kan dit melden bij de gemeente. De gemeente bespreekt vervolgens de persoonlijke situatie en onderzoekt welke ondersteuning nodig is. Vaak wordt eerst gekeken naar eigen mogelijkheden, hulp van naasten en algemene voorzieningen. Als die onvoldoende zijn, kan een maatwerkvoorziening mogelijk zijn. De uitkomst hangt af van de individuele omstandigheden en de geldende gemeentelijke regels.
De term Wmo 2007 verwijst dus naar de wet die vanaf 2007 het gemeentelijke beleid voor maatschappelijke ondersteuning vormgaf. Voor rechten, aanvragen en voorzieningen die nu gelden, is de Wmo 2015 het relevante wettelijke kader.
Voordelen van de Wmo 2007: Versterking van Zelfstandigheid en Lokale Ondersteuning
- Ondersteunde zelfstandig wonen.
- Bevorderde deelname aan de samenleving.
- Bracht lokale ondersteuning dichterbij inwoners.
- Erkende het belang van mantelzorgers en vrijwilligers.
- Stimuleerde gemeenten om ondersteuning op maat te organiseren.
Vijf Nadelen van de Wmo 2007: Ongelijke Ondersteuning en Bureaucratie
- Ondersteuning verschilde sterk per gemeente.
- Aanvragen konden ingewikkeld en tijdrovend zijn.
- De beoordeling kon als bureaucratisch voelen.
- Hulp was niet altijd direct beschikbaar.
- De wet bood geen gelijke ondersteuning voor iedereen.
Ondersteunde zelfstandig wonen.
De Wmo 2007 ondersteunde mensen om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen en deel te nemen aan de samenleving. Wie door een beperking, ziekte of ouderdom hulp nodig had, kon bij de gemeente terecht voor passende ondersteuning, zoals hulp bij het huishouden, een rolstoel of woningaanpassingen. Zo konden mensen vaker in hun eigen vertrouwde omgeving blijven wonen en hielden zij zo veel mogelijk regie over hun dagelijks leven.
Bevorderde deelname aan de samenleving.
Een belangrijk voordeel van de Wmo 2007 was dat de wet deelname aan de samenleving bevorderde. Gemeenten kregen de taak om mensen met een beperking, chronische aandoening of psychische problemen te ondersteunen, zodat zij zo zelfstandig mogelijk konden wonen en meedoen in hun buurt. Denk aan hulp bij vervoer, toegankelijke voorzieningen en ondersteuning bij sociale activiteiten. Zo droeg de Wmo bij aan meer inclusie en kansen om contact te onderhouden met anderen.
Bracht lokale ondersteuning dichterbij inwoners.
Een belangrijk voordeel van de Wmo 2007 was dat ondersteuning dichter bij inwoners kwam te staan. Doordat gemeenten verantwoordelijk werden voor veel vormen van maatschappelijke ondersteuning, konden zij beter inspelen op de behoeften en omstandigheden in hun eigen wijken en dorpen. Inwoners konden bovendien terecht bij een lokaal aanspreekpunt voor informatie en hulp. Dat maakte ondersteuning toegankelijker en bood ruimte voor oplossingen die aansloten bij de situatie van de persoon en de lokale gemeenschap.
Erkende het belang van mantelzorgers en vrijwilligers.
Een belangrijk voordeel van de Wmo 2007 was dat de wet expliciet aandacht gaf aan mantelzorgers en vrijwilligers. Hun inzet is vaak onmisbaar voor mensen die ondersteuning nodig hebben, maar kan ook zwaar zijn. Gemeenten kregen daarom de taak om mantelzorgers en vrijwilligers te ondersteunen, bijvoorbeeld met informatie, advies en passende hulp. Zo werd hun bijdrage aan de samenleving erkend en kwam er meer aandacht voor het voorkomen van overbelasting.
Stimuleerde gemeenten om ondersteuning op maat te organiseren.
Een belangrijk voordeel van de Wmo 2007 was dat gemeenten werden gestimuleerd om ondersteuning op maat te organiseren. In plaats van iedereen dezelfde voorziening aan te bieden, konden zij kijken naar iemands persoonlijke situatie, mogelijkheden en hulpvraag. Zo kon de ondersteuning beter aansluiten bij wat iemand nodig had om zelfstandig te blijven wonen en mee te doen in de samenleving.
Ondersteuning verschilde sterk per gemeente.
Een belangrijk nadeel van de Wmo 2007 was dat de ondersteuning sterk kon verschillen per gemeente. Gemeenten bepaalden zelf hoe zij voorzieningen organiseerden en welke hulp zij aanboden. Daardoor kon iemand met vergelijkbare behoeften in de ene gemeente andere of ruimere ondersteuning krijgen dan iemand elders. Dit leidde tot verschillen in toegankelijkheid en maakte het voor inwoners soms lastig om te weten waar zij recht op hadden.
Aanvragen konden ingewikkeld en tijdrovend zijn.
Een nadeel van de Wmo 2007 was dat het aanvragen van ondersteuning ingewikkeld en tijdrovend kon zijn. Mensen moesten vaak formulieren invullen, informatie over hun situatie aanleveren en wachten op een beoordeling door de gemeente. Dat kon extra belastend zijn voor mensen die juist door gezondheidsproblemen of beperkingen hulp nodig hadden. Bovendien konden procedures en voorwaarden per gemeente verschillen, waardoor het niet altijd duidelijk was welke ondersteuning mogelijk was en hoe lang een aanvraag zou duren.
De beoordeling kon als bureaucratisch voelen.
Een nadeel van de Wmo 2007 was dat de beoordeling van een hulpvraag als bureaucratisch kon aanvoelen. Mensen moesten soms meerdere stappen doorlopen, informatie aanleveren en hun persoonlijke situatie uitgebreid toelichten voordat duidelijk werd welke ondersteuning mogelijk was. Dat kon onzekerheid en vertraging veroorzaken, juist op een moment waarop iemand behoefte had aan snelle en passende hulp.
Hulp was niet altijd direct beschikbaar.
Een nadeel van de Wmo 2007 was dat hulp niet altijd direct beschikbaar was. Aanvragen moesten eerst door de gemeente worden beoordeeld, en door wachttijden of beperkte capaciteit kon het soms lang duren voordat iemand ondersteuning kreeg. Dat kon lastig zijn voor mensen die juist op korte termijn hulp nodig hadden.
De wet bood geen gelijke ondersteuning voor iedereen.
Een belangrijk nadeel van de Wmo 2007 was dat de ondersteuning niet voor iedereen gelijk was. Gemeenten kregen veel vrijheid om zelf te bepalen welke voorzieningen zij aanboden en onder welke voorwaarden. Daardoor kon de hulp verschillen per woonplaats: iemand met vergelijkbare behoeften kon in de ene gemeente meer of andere ondersteuning krijgen dan iemand elders. Dit leidde tot onzekerheid en het gevoel dat toegang tot hulp mede afhing van waar iemand woonde.
